2. Aard inspectieonderzoek
Het betreft een vervolgonderzoek naar de 149 meest risicovolle instellingen. Op zich is het belangrijk om te focussen op de grootste probleemgevallen maar hoe is het vergaan met de kwaliteit van de bijna 500 andere instellingen? De kwaliteit kan fluctueren en snel door allerlei factoren afnemen.
Afgelopen week maakt de hoofdinspecteur duidelijk dat zij nu bij lange na niet de capaciteit (16 inspecteurs) heeft om op alle instellingen voldoende toezicht uit te oefenen en niet alleen aandacht te geven aan die instellingen die slecht presteren. Daarom wacht onze fractie de brief over de taakstelling en benodigde capaciteit van de inspectie met belangstelling af.
Slechts bij 4 instellingen van de 149 heeft de inspectie onaangekondigd een bezoek gebracht. Veel te weinig. Daarom zijn wij blij met de toezegging van de minister dat onaangekondigde bezoeken meer standaard zullen worden.
Wij denken dat met het inspectietoetsingskader, de normen voor verantwoorde zorg en veelal ook nog HKZ- en ISO-certificering er een kwaliteits- en verantwoordingsbureaucratie dreigt. “Wij zijn behangen met keurmerken”, zei een zorgdirecteur vorige week in ons rondetafelgesprek. Wat doet de staatssecretaris om die bureaucratie verkleinen? Wij gaan er vanuit dat de inspectie nu volledig de door de sector ontwikkelde normen voor verantwoorde zorg volgt en geen eigen toetsingscriteria meer toevoegt. Graag een reactie. En is nog wel HKZ- en ISO-certificering noodzakelijk? Wij denken van niet. Eisen de verzekeraars / zorgkantoren die? Eerder hebben de bewindslieden op vragen van de CDA-fractie toegezegd de verzekeraars aan te spreken op hun overbodige, dubbele en extra verantwoordingslast. Wat is het resultaat?
De CDA-fractie heeft de overtuiging dat veel onvrede onder cliënten en hun familieleden kan worden weggenomen door een zorgvuldige en serieuze afhandeling van hun klachten en vragen. Dat vraagt wel een mentaliteitsverandering en andere bejegening.
Wij hebben al eerder vragen gesteld over de objectiviteit en laagdrempeligheid van de klachtencommissies. De bewindslieden hebben een verbetering van de klachtenprocedure aangekondigd, daarover komen we later te spreken.
Zijn cliëntenraden ook voldoende betrokken bij opstellen verbeterplannen? Dat vinden wij noodzakelijk voor het slagen van de verbeteringen.
In een zorgrelatie is het van belang dat je weet wat je van elkaar kunt verwachten. Veel teleurstellingen en klachten komen voort uit een gebrek aan communicatie en onduidelijkheid over wederzijdse wensen en mogelijkheden. Daarom is het goed om te werken met zorgleefplannen. Hoe gaat de staatssecretaris het werken met zorgleefplannen op korte termijn verder bevorderen?
3. Algemene conclusies
Het geïntensiveerde inspectietoezicht heeft resultaten opgeleverd. Dat is in onze ogen winst. Op veel onderdelen zijn volgens de inspectie aanzienlijke verbeteringen gerealiseerd. Dat is een compliment waard aan alle medewerkers die daaraan een bijdrage hebben geleverd.
Opmerkelijk is de conclusie van de inspectie dat wisseling in management en fusies leiden tot vertraging in verbetertrajecten. Dat maakt ons extra voorzichtig bij fusies!
Voor de kwaliteit is de menselijke maat van groot belang. Alleen dan komen relaties tot stand. Maar de inspectie stelt dat een goed werkend kwaliteitszorgsysteem voor kleinere instellingen een ‘tour de force’ is. Dat roept bij ons de vraag op of meer kwaliteitsborging niet onbedoeld leidt tot fusies?
Verschillende keren relateert de inspectie haar conclusies aan een gebrek aan personeel. Een tekort aan personeel is naar ons oordeel de grootste bedreiging van de kwaliteit van de zorg. De uitvoering van de scholing schiet nog in teveel instellingen tekort. Wat doet de staatssecretaris om dat te bevorderen?
4. Goede voorbeelden
Uit onderzoek blijkt dat voor cliënttevredenheid het zelf kunnen kiezen van het tijdstip voor lichamelijke verzorging en de maaltijden zeer belangrijk is. Bij een recent werkbezoek aan Cordaan in Amsterdam heb ik gezien en gehoord dat het ook zo in de praktijk uitwerkt. En tegelijkertijd draagt het ook nog bij aan minder werkdruk voor het personeel.
Minder piekmomenten in het werk kunnen ook bijdragen aan meer toezicht. Slimmer werken draagt zo bij aan een betere kwaliteit. Zoals een verpleegkundige Boeije vorige week in het rondetafelgesprek zei: “Er is meer creativiteit nodig, we kunnen met de bestaande mogelijkheden veel zelf tot stand brengen”. Hoe bevordert de staatssecretaris dat de goede voorbeelden meer gedeeld worden?
5. Extra middelen verpleeghuiszorg
In het regeerakkoord is 250 miljoen vrijgemaakt voor meer handen aan het bed, 5.000 tot 6.000 meer werknemers in de verpleeghuissector. Een hele goede keuze. Maar deze middelen zijn dit jaar nog steeds niet bij de verpleeghuizen aangekomen. Is de staatssecretaris bereid om dat zo spoedig mogelijk ook te bewerkstelligen en deze investeringen ook op de werkvloer zichtbaar worden!